Four of a Kind  
  Dé poker-site voor pokerspelend Nederland
 
 
   Home
 
Pokerjargon

Tijdens het pokeren valt het op dat spelers aan tafel "vaktaal" spreken. Als u wilt beginnen met poker is het belangrijk dat u de termen moet kennen. We kunnen natuurlijk niet alle termen plaatsen maar hier volgen wat kreten die vaak gebruikt worden:

Add-on
Tijdens een toernooi kun je fisches bijkopen.
Agressief
Een stijl waarbij veel wordt gebet en geraiset.
All-in
Een bet doen waarbij je al je fisches in de pot doet.
Ante
Verplichte bet voordat de kaarten worden gedeeld.
Backdoor draw
Je krijgt pas een hand op de turn.
Bad beat
Een verloren pot terwijl je statistisch de sterkte hand hebt.
Bankroll
Je vermogen om mee te pokeren.
Bet
Speler die als eerste gaat inzetten.
Big Blind
De 2e speler links van de dealer die een verplichte inzet doet.
Bluffen
Inzetten met niks, andere spelers laten denken dat je een sterke hand hebt.
Board
De 5 kaarten die open op tafel liggen. Ook: Community cards.
Bottom pair
Speler heeft een pair met de laagste kaart op tafel.
Bubble
De plek dat je, tijdens een toernooi, net buiten het geld valt.
Button
Geeft aan wie de dealer is. Schuift na elke ronde 1 plek op.
Buy-in
De inleg voor een toernooi of cashgame om mee te spelen.
Callen
Meegaan met de inzet.
Calling station
Spelers die bijna alles callen (ook met een zwakke hand).
Check
Als er nog geen bet is geweest kunt meegaan zonder inzet.
Check-raise
Checken om daarna te verhogen als iemand gaat inzetten.
Chip
Fisches.
Chipcount
Totaal aantal fisches wat voor je ligt.
Chipleader
Speler in toernooi met de meeste fisches in zijn bezit.
Community Cards
De gemeenschappelijke kaarten die op tafel liggen.
Dealer
Persoon die de kaarten schudt en deelt.
Dealer Button
Zie button.
Deck
Een spel kaarten (52 stuks).
Draw
Een hand die nog niet gemaakt is. Doorgaans 4 kaarten voor een flush of straight.
Drawing Dead
Meegaan terwijl er geen mogelijkd is om te winnen.
Early Position
Drie posities links van de big blind bij een volle tafel.
Fische
Chip.
Fish
Bijnaam voor een zwakke speler.
Flop
De eerste drie gemeenschappelijke kaarten.
Flush
Vijf willekeurige kaarten van dezelfde kleur.
Flushdraw
Een draw naar een flush.
Fold
Kaarten wegleggen en niet meer meegaan voor de pot.
Four-of-a-kind
Vier dezelfde kaarten (bijvoorbeeld 4 boeren).
Freeroll
Een gratis toernooi (meestal op internet).
Full House
Een hand met Two pair en Three-of-a-kind.
Hand
De kaarten die je speelt met de bijbehorende waarde.
Heads-up
De laatste 2 spelers die overgebleven zijn spelen Heads-up.
High Card
Als er geen combinaties zijn wint je met de hoogste kaart.
Kicker
De bijkaart
Late position
Positie op de button of rechts daarvan.
Limit
Inzetstructuur waarbij er met vaste waarden wordt gebet en geraiset.
Limp
Het callen van de big blind.
Loose
Spelers die veel handen spelen.
Middle position
De middelste twee plaatsen in een volle tafel Hold'em.
Muck
Het folden van je kaarten als een speler wint bij showdown.
No Limit
Inzetstructuur zonder maximum.
Nuts
De best mogelijke hand die je kan hebben.
Off-suit
Kaarten van verschillende kleur.
Outs
De kaarten in het deck die je een goede hand opleveren.
Overcard
Hogere kaarten in je hand hebben dan die op tafel liggen.
Overpair
Een pair hebben hoger dan de kaarten die op tafel liggen.
Pair
Twee kaarten met dezelfde waarde.
Pockets
Een pair in je hand hebben.
Position
Je plaats ten opzichte van de button.
Pot
De chips in het midden van de tafel waar om gespeelt wordt.
Pot-Limit
Inzetstructuur waarbij de max. inzet gelijk is aan de pot.
Pot-Odds
De grootte van de inzet in verhouding tot de grootte van de pot.
Pre-Flop
De eerste biedronde (voor de flop).
Raise
De inzet (bet) verhogen.
Read
Informatie over de hand van je tegenspeler verkrijgen.
Rebuy
Jezelf opnieuw inkopen (meestal in begin van een toernooi).
Reraise
Een raise verhogen.
River
De vijfde open kaart op tafel voor de laatste biedronde.
Royal Flush
De hoogst mogelijke straight flush (van tien naar aas).
Runner Runner
Als je via de turn en river alsnog een winnaar maakt.
Set
Zie ook Three-of-a-Kind.
Shark
Sterke speler die de fish opeet
Short-handed
Tafel met zes of minder spelers. Je zult meer handen moeten spelen.
Short stack
Degene die in een toernooi nog maar weinig fisches overheeft.
Showdown
Het moment waarop de speler, die nog in het spel zitten, hun kaarten open op tafel moeten laten zien.
Sit&Go
Klein toernooi die begint als de tafel vol zit. Meestal één tafel.
Slow Play
Een sterke hand spelen alsof je een zwakke hand hebt.
Small Blind
De eerste kleine verplichte inzet.
Split Pot
Een pot met meerdere winnaard. De pot wordt gedeeld.
Stack
De fisches die je voor je hebt liggen.
Starting Hands
Selectie handen waarmee een speler bet, callt of raiset.
Straight
Vijf opeenvolgende kaarten van verschillende kleuren.
Straight Draw
Een draw naar een straight.
Suit
Kleur van een kaart. Bijvoorbeeld Harten of Ruiten.
Three-of-a-Kind
Drie dezelfde kaarten (bijvoorbeeld 3 azen). Ook: Set
Tight
Speler die weinig handen speelt (speelt meestal goede handen).
Tilt
Slechter spelen omdat je je controle over je emoties verliest.
Top Kicker
De hoogste bijkaart.
Turn
De vierde gemeenschappelijke open kaart op tafel.
Top pair
Een paar gemaakt met de hoogste kaart op tafel.
Two pair
Twee paren, dus twee keer twee kaarten met dezelfde waarde.